Wat doet Turiani

De Groningse Stichting Burns Turiani trekt zich het lot aan van de brandwondenpatiënten in Afrika en biedt het Turiani Ziekenhuis in Tanzania de helpende hand. Het doel is de behandeling, de verzorging en de begeleiding van brandwondenpatiënten in dit ziekenhuis te verbeteren.

Het ziekenhuis

Het Turiani Hospital is gelegen bij het dorpje Turiani in het Mvomero district dat weer deel uitmaakt van Morogoro Region. Het dorp Turiani ligt ongeveer 200 kilometer ten westen van de hoofdstad Dar es Salaam, 100 km. ten noorden van de regionale hoofdstad Morogoro. Het ziekenhuis is in 1962 gesticht door de Nederlandse orde van de Zusters van het Kostbare Bloed (Precious Blood Sisters, Cps) en werd tot april 2010 door hen geleid. Na de overdracht van het ziekenhuis aan het Bisdom van Morogoro is door de Bisschop een “administrator” aangesteld, die inmiddels is opgevolgd door Dr. Joseph Ng’imba en Fr. Japheth Banzi die nu leiding geven aan het ziekenhuis.

Ingang van het Turiani Hospital

Het ziekenhuis werd in de vlakte aan de voet van de Nguru-bergen gebouwd, vlak bij de oudste (sinds 1877) inlandse missiepost in Mhonda. Nadat de locatie eerst als een gezondheidspost (polikliniek) functioneerde, werd de functie ervan uitgebreid tot ziekenhuis. Dat kreeg in 1968 zijn beslag door de komst van de eerste Nederlandse arts. Met hem startte Memisa (nu Cordaid) een lange reeks uitzendingen van artsen naar dit ziekenhuis. Sinds 2003 is deze steun door Cordaid voor dit ziekenhuis beëindigd.

Het jaar 2011 was voor het Turiani Hospital het eerste jaar waarin gewerkt werd onder verantwoordelijkheid van het Bisdom Morogoro in Tanzania. Het nieuw aangestelde management van het ziekenhuis wordt op verzoek van het ziekenhuis daar waar mogelijk zowel op afstand als ter plekke actief ondersteund door de Stichting Burns Turiani. Mede door een overeenkomst met het Martini ziekenhuis (sinds 2015) en door de samenwerking met de Stichting ‘Friends of Turiani’ bestrijkt deze steun een breed terrein van gezondheidszorg op het gebied van kennis, kunde, vaardigheden, management en infrastructuur.

Het ziekenhuis ligt (bij voldoende regen) in een vruchtbare streek waar o.a. cassave, maïs, rijst, suikerriet en aardnoten worden verbouwd. De meeste bewoners zijn afhankelijk van de opbrengsten van het land. Door droogte zijn de oogsten soms jaren achtereen slecht. De belangrijkste industrie is de suikerplantage met een grote fabriek in Mtibwa.

Ambulance

Ongeveer 350.000 inwoners in het Mvomero district kunnen een beroep doen op het Turiani Hospital dat feitelijk als een door de overheid erkend districtsziekenhuis functioneert. De dichtstbijzijnde vier ziekenhuizen (drie van de overheid en één van de zending) liggen ieder op ongeveer 100 kilometer afstand van Turiani. De suikerfabriek van Mtibwa, 10 kilometer van Turiani gelegen, heeft een ziekenhuisje voor de eigen werknemers. Naast deze reguliere gezondheidszorg doen inwoners toch nog vaak eerst een beroep op traditionele genezers en ‘selfmade dokters’. Er zijn erg veel zogenaamde ‘duka la dawa’s’ waar allerhande medicamenten per stuk (ook antibiotica!) of kuur te koop zijn. De ‘duka la dawa’ houdt het midden tussen een apotheek en een drogisterij. Maar de even zovele verstrekte adviezen ontberen vaak veel deskundigheid.

Kerngetallen, bouw en infrastructuur

Kerngegevens (2014):

bedden : 190
medewerkers (totaal) : 130
opnamen : 11.800
poliklinische patiënten : 45.650
bevallingen : 3.096
grote operaties : 1017

 

De meest voorkomende ziektebeelden zijn malaria, anemie en pneumonie. Zeker ten tijde van slechte oogsten is ondervoeding een groot probleem. Deze ziektebeelden zorgen voor het hoge sterftecijfer in de leeftijd onder 5 jaar. Bij patiënten >5 jaar is de doodsoorzaak vooral malaria en pneumonie, maar ook AIDS, meningitis en tuberculose eisen hun tol. In toenemende mate komen patiënten met zogenaamde welvaartsziekten, zoals suikerziekte, hoge bloeddruk en hartfalen. De behandeling hiervan was in het begin voor de artsen en medewerkers van het ziekenhuis niet bepaald bekend terrein, maar men is er nu aardig vertrouwd mee geraakt .

Naast klinische en poliklinische zorg biedt het Turiani Hospital ook zorg in de omliggende dorpen, vooral preventieve zorg. Hier bevinden zich speciale gezondheidsposten. Soms beschikt een dorp over een ‘village health worker’ die nauw samenwerkt met de ‘public health nurse’ van het Turiani Hospital. Het accent ligt vooral op controle van zwangere vrouwen en pasgeborenen, op het verzorgen van de immunisatie en het opsporen en behandelen van ondervoeding. Tevens verzorgt het Turiani Hospital de voorlichting vanuit het ziekenhuis en coördineert het ziekenhuis de zorg voor met name AIDS en andere seksueel overdraagbare aandoeningen (Soa’s), alsook voor tuberculose en lepra.

Operatiekamer

Het Turiani Hospital kent een paviljoenbouw. De afdelingen zijn over verschillende gebouwen op het ziekenhuisterrein verdeeld. Paden van cement verbinden de gebouwen en tussen de gebouwen liggen grasveldjes of een andere groenvoorziening. Het ziekenhuis beschikt over zes afdelingen voor patiëntenzorg, te weten de chirurgische en algemene mannenafdeling, de vrouwenafdeling, een (nieuwe) grote kraamafdeling met verloskamer, twee kinderafdelingen en een isolatiepaviljoen. Een patiëntenafdeling bestaat uit een grote ruimte waarin ongeveer 30 patiënten worden verpleegd. Verder beschikt de afdeling over een zusterpost, verbandwisselkamer en een medicijnkamer.

Een apart gebouw huisvest twee operatiekamers, een kleine verrichtingenkamer en de centrale sterilisatie. De polikliniek bestaat uit een algemene afdeling met vier spreekkamers, een wondbehandelkamer, een echografiekamer en verder uit o.a. een oogafdeling en een kliniek voor moeder- en kindzorg waar ook spreekuur voor zwangere vrouwen wordt gehouden. Verder beschikt het ziekenhuis over een laboratorium, röntgenafdeling, apotheek, de afdeling fysiotherapie, de keuken, technische werkplaats, wasserij en administratie.

Omheining

Aan het ene uiteinde van het terrein bevinden zich woningen van de CCIM zusters, de Cps-zusters, de artsen en de pastoor. In de loop der jaren zijn alle functies van Europese in Tanzaniaanse handen overgegaan. Aan de andere kant van het ziekenhuis bevinden zich stafhuizen voor Assistant Medical Officers, Clinical Officers en stafverpleegkundigen en er is een verpleegstershostel. Het ziekenhuis is omheind en wordt bewaakt. De meeste medewerkers wonen in het dorp bij het ziekenhuis of verder weg (soms twee uur lopen).

In de jaren negentig werd in een aantal fasen de lang voorbereide en lang verbeide, vervangende nieuwbouw gerealiseerd. In 2001 is het gebouw met de nieuwe operatieruimten in gebruik genomen. Nadien is de hoogst noodzakelijke vernieuwing van het dak van de vrouwenafdeling gerealiseerd, maar door gebrek aan sponsorgelden kon de evenzeer gewenste vernieuwbouw van de afdeling nog niet worden gerealiseerd. Bij het laatste project vanuit Groningen zijn drie nieuwe gebouwen voor de verlosafdeling tot stand gekomen. De officiële opening ervan was in 2016.

De elektriciteitsvoorziening gebeurt via het openbare net. Bij uitval van de stroom, iets dat regelmatig voorkomt, zijn generatoren beschikbaar. Binnen het ziekenhuis is ooit een telefoonsysteem aangelegd maar met de komst van de mobiele telefonie verlopen telefonische contacten nu uitsluitend via deze mobieltjes. Iedereen heeft een mobiele telefoon, ook buiten het ziekenhuis. Daarnaast kan via een (nog erg traag en soms uitvallende) internetaansluiting e-mailverkeer plaats vinden.

Het ziekenhuis betrekt water direct vanuit een bron. Er is een openbaar waternet, maar dat water is in hygiënisch opzicht onbetrouwbaar. Een eerder geslagen waterput op het ziekenhuisterrein kan niet worden gebruikt omdat het water zeer ijzerhoudend is. Mede door de hulp van de Stichting Burns Turiani is een betere, nieuwe bron in gebruik genomen.

Geld en goederen

Medicijnen, materialen en medische voorraden bestelt het ziekenhuis via een centrale bevoorradingsafdeling van de overheid in Dar es Salaam, maar deels ook via (duurdere) openbare apotheken. Daarnaast is een deel van de goederenstroom nog afhankelijk van donaties, o.a. van MASH (een organisatie van medisch studenten uit Groningen, die sinds 1977 bestaat!).

Inkomsten

bijdrage van de patiënten : 55%
bijdrage van de overheid : 30%
donaties : 15%

De inkomsten komen via diverse kanalen. De bijdragen van patiënten vormen de belangrijkste bron (55%). De salarissen van de ‘senior staff’ wordt door de Tanzaniaanse overheid gesubsidieerd (30%), de zogenaamde ‘staff grant’. Voor de overige 15% is het ziekenhuis afhankelijk van donaties. Via deze laatste onmisbare geldstroom worden projecten en goederen gefinancierd zoals opleidingen, bijscholingscursussen, het voedingsprogramma bij kinderen, materialen, apparatuur en (ver-) nieuwbouw van het ziekenhuis.

Sinds 2011 erkent de overheid het ziekenhuis als een ‘Council Designated Hospital’(CDH). Dat is een ziekenhuis dat de overheid erkent als een noodzakelijke voorziening van de gezondheidszorg in een district terwijl de overheid daar zelf geen of onvoldoende ziekenhuisvoorzieningen heeft. Dat moet betekenen dat de overheid het grootste deel van de exploitatiekosten voor het ziekenhuis voor zijn rekening neemt. Dit is echter nog steeds niet gerealiseerd waardoor het financieel management in de dagelijkse praktijk moeizaam verloopt. Naar verwachting blijft de bestaande externe ondersteuning nog vele jaren onverkort noodzakelijk. Dat geldt zeker voor investeringen in gebouwen en infrastructurele voorzieningen.

Organisatiestructuur en personeel

Het bisdom heeft in 2017 als directie een medicus aangesteld Dr. Joseph Ng’imba en Fr. Japheth Banzi als ‘administrator’. Dr. Joseph als Medical Officer in charge (M.O. i/c) vormt samen met Fr. Japhet Banzi, de Matron, de ziekenhuissecretaris, de financiële man en een andere arts samen het ziekenhuismanagementteam. Wekelijks bespreken zij de lopende zaken en de toekomstige plannen, daarbij scherp op inkomsten en uitgaven lettend.

De verpleegkundige organisatie kent een traditionele opbouw. Onder het Hoofd Verplegingsdienst (Matron) ressorteren de zes ‘Senior Nurse Officers’. De hieronder vallende afdelingshoofden zijn meewerkend verpleegkundigen en wisselen per half jaar van afdeling. De eigenlijke verpleegkundige verantwoordelijkheid ligt dan ook bij de Senior Nurse Officers.

De afdelingen worden gerund door een meewerkend hoofdverpleegkundige. Elke afdeling beschikt verder over zeven verpleegkundigen die wisselende diensten draaien. Deze kunnen ook verpleegkundigen in opleiding zijn. Daarnaast zijn er verpleeghulpen werkzaam. In het algemeen bestaat de opleiding van verpleegkundigen uit een inservice-opleiding van drie jaar. Door nog een jaar door te studeren zijn ze tevens verloskundige (‘nurse-midwife’). Door later een aanvullende training te volgen kan een verpleegkundige een leidinggevende functie krijgen maar ook belangrijke medische verrichtingen doen en zodoende functioneren als bijvoorbeeld anesthesist of oogarts.
De verzorging van patiënten gebeurt niet alleen door verpleegkundigen. Voor een deel staan familieleden de patiënt ook bij.

De dagelijkse medische werkzaamheden worden uitgevoerd door twee ’medical officers’ (MO’s). Met bijna vergelijkbare verantwoordelijkheden zijn daarnaast zes Tanzaniaanse ’assistent medical officers’ (AMO’s, een soort hbo-dokters) en een AMO-radioloog werkzaam; ze zijn praktisch gelijkwaardig aan artsen. Bovendien werken er medisch nog ‘clinical officers’ (te vergelijken met een soort mbo-dokter).

Van buitenaf krijgt het ziekenhuis onregelmatig steun van verschillende organisaties en specialisten. De vroegere, tweemaandelijkse ondersteuning door een team van medisch specialisten van AMREF Flying Docters Services functioneert helaas niet meer. De medische ondersteuning vanuit Nederland, met name via de Stichting Burns Turiani, gaat door en is gebaseerd op de wensen van het ziekenhuis.